Paardje van Troje

staat in de Leeuwarder Courant

Vier lange fietstochten voor één prent

,,Dus zo moet het’’, schrijft iemand in het gastenboek. Ook de vrijwilliger die op deze woensdag bezoekers ontvangt in de galerie is onder de indruk van het vakmanschap van Schouman. ,,Ik durf zelf bijna niets meer te maken’’, zegt ze bewonderend, maar met enige zelfspot.

Schouman is een veelzijdig kunstenaar, zo blijkt uit zijn website. Allerlei disciplines beoefent hij. Pen, potlood, collage, houtschilderijen… Toen hij stopte met werken, zocht hij een andere bezigheid, zegt hij. Op aanraden van zijn vrouw meldde hij zich bij Dik Hageman voor een algemene cursus, waarin hij allerlei grafische technieken mocht uitproberen: litho, lino en ets. Maar het was de houtdruk en de reductietechniek, waarin hij zijn eigen handschrift vond.

Gevraagd naar zijn voorbeelden noemt hij ,,de betere striptekenaars’’, en de Fransman Odilon Redon. ,,Van hem hangt ook werk in Kröller-Muller.’’ Wie het werk van Schouman bekijkt – op zijn site en in H47 – herkent daar wel iets van Redon in. Maar het lijkt wel of alle technieken en stijlen die Schouman tot nu toe oppakte, moesten leiden naar de serie prenten die hier in een lange verhaallijn hangen.

Schouman begon elke prent met een tekening, die hij in grote lijnen overbracht op berkentriplex. ,,Daarna vulde ik die vlakken in met een dun verflaagje, zodat ik wist in welke kleur ik dat wilde drukken.’’ Tijdens het gutsen bracht hij details aan. Op één na hebben de prenten drie of vier kleuren. Dat betekent dat hij voor elke kleur een deel van zijn tekening uit het hout gutste. ,,Soms lekker ‘s avonds op de bank met zo’n plank op schoot.’’ Als hij dan zo’n laag klaar had, stapte hij in Oudega (Sm) op zijn elektrische fiets voor een tocht van ruim 20 kilometer n aar Leeuwarden. ,,Ik moest wel drie of vier keer op en neer rijden voor één plaatje.’’

Hij bedacht het verhaal zelf, en wilde daarmee meedoen aan een wedstrijd van uitgeverij Lemniscaat. Echter, vanwege de coronaregels was het GAF enige tijd gesloten, en dus kon hij zijn serie niet tijdig afronden. ,,Ik heb hem alsnog opgestuurd’’, zegt hij. En hij werkt nog aan aanvullende prenten, die het verhaal compleet maken, in de hoop dat een uitgeverij geïnteresseerd is het te publiceren.

Uitgangspunt was een houten paardje. ,,Dat was nog van de kinderen geweest.’’ Het speelgoedbeest staat op een door Schouman gemaakte tafel in het midden van de galerie. Het inspireerde hem tot een andere versie van de Griekse mythe van het Paard van Troje. In deze mythe weten Grieken die Troje belegeren, de stad binnen te dringen door zich te verstoppen in een reusachtig houten paard. Ze doen alsof ze zich terugtrekken, verschuilen zich in het paard dat ze achterlaten, waarop de inwoners het triomfantelijk de stad in slepen.

Schouman vertelt het verhaal van de blinde dichter Belios, die op weg is naar de verwoeste stad Troje in gezelschap van de jonge Xanthos. Belios vertelt hem het verhaal van Poseidon, de god van de paarden, koning van de zee en ,,de Aard-Schudder van aardbevingen’’. Het zijn niet de Grieken die de stad hebben verwoest, maar Poseidon, zo vertelt Belios. Terwijl Xanthos door de ogen van het grote houten paard naar de ruïne van Troje kijkt, zie je in de andere helft van de prent hoe de stad er vroeger uitzag.

Een dergelijke beeldopbouw heeft Schouman uit strips overgenomen. Net als het vogelperspectief in de laatste voorstelling. Hier vlieg je als het ware als een meeuw boven een zeilschip. Het wit van de golven gaat over in de vleugels van de meeuwen. Onder de boot is de mythische vorm van zeegod Poseidon zichtbaar en op zijn rug rijdt een mens. Xanthos?

Net als deze prent hebben de meeste elementen, die je pas ziet als je goed kijkt. Paarden komen steeds terug, soms alleen hun hoofden of benen. Evenals de reusachtige vissenstaart van Poseidon, die hier en daar met de golven samenvalt. De enige voorstelling in zwartwit is die van de ontmoeting tussen Xanthos en Poseidon. De jongen raakt de neus aan van het grote paardenhoofd dat teder over hem heen buigt.

,,Iemand noemde dit verhaal een graphic novel, meer iets voor volwassenen’’, zegt Schouman. Maar toch bedoelde hij een kinderboek te maken. Hij houdt van deze techniek, de combinatie van tekenen en ambacht. Bovendien vindt hij het heerlijk, te werken aan een verzonnen verhaal. ,,Ik zit nu aan Columbus te denken, over verborgen kaarten…’’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *